Als interim-manager (teamleider of opleidingsmanager) kom je binnen op een moment dat er iets aan de hand is: een vertrek, een conflict, een organisatie die stilstaat. Iedereen kijkt naar je. Wat je in de eerste honderd dagen doet, en wat je laat, bepaalt of de opdracht slaagt. Vijf lessen uit twintig jaar praktijk.
1. Luister eerst, oordeel later
De verleiding is groot om snel te laten zien dat je er bent: een plan, een reorganisatieschets, een daadkrachtig besluit. Maar wie in week twee al conclusies trekt, mist het verhaal onder het verhaal. Ik reserveer de eerste weken voor gesprekken: met docenten en overige collega's. Niet als ritueel, maar omdat de werkelijke opgave vak net iets anders blijkt dan de opdrachtomschrijving.
2. Benoem wat iedereen al weet
In elke organisatie waar ik binnenkom, ligt iets op tafel waar niemand hardop over praat: een slepend conflict, een team dat al jaren onderpresteert, een besluit dat steeds wordt uitgesteld. Juist als tijdelijke buitenstaander kun je dat benoemen zonder geschiedenis. Dat is geen hardheid. Het is vaak een opluchting voor iedereen die er al jaren omheen loopt.
Juist als tijdelijke buitenstaander kun je dat benoemen zonder geschiedenis.
3. Zorg snel voor één zichtbaar resultaat
Vertrouwen bouw je niet met een visiestuk, maar met iets dat merkbaar beter wordt. Kies in de eerste maand één concreet, breed gevoeld probleem, zoals een rooster dat rammelt of een overleg dat nergens toe leidt, en los het op. Het resultaat zelf is bijna bijzaak; het signaal is dat er weer beweging is.
4. Versterk de mensen die blijven
Een interim die alles zelf doet, laat een gat achter. Elke beslissing die ik neem, neem ik zo veel mogelijk samen met de mensen die er over een jaar nog werken. Teamleiders die jaren niet gehoord zijn, bloeien op als ze weer eigenaarschap krijgen. En zij zijn degenen die het resultaat straks moeten dragen.
5. Werk vanaf dag één aan je vertrek
Het klinkt tegenstrijdig, maar de beste opdrachten beginnen met het einde: wat moet er staan als ik wegga, en wie neemt het over? Dat betekent beslissingen documenteren, een interne opvolger of vaste benoeming vroeg in beeld brengen, en de laatste maanden bewust naar de achtergrond stappen. Op de dag dat ik vertrek, moet niemand mij missen.
De rode draad
Interim-leiderschap in het onderwijs is geen kwestie van orde op zaken stellen en doorgaan. Het is tijdelijk gezag gebruiken om een organisatie weer in haar eigen kracht te zetten, zodat leerlingen en studenten er niets van merken dat er even geen vaste kapitein was.